Bloedspiegelbepalingen

Klinisch-farmaceutische analyse (bloedspiegelbepalingen, TDM)

Klinisch-farmaceutische analyse is meten van concentraties van voorgeschreven geneesmiddelen en metabolieten in lichaamsmateriaal van patiënten, zoals bloed of plasma ter ondersteuning van de farmacotherapie. TDM is zinvol wanneer aan de volgende basisvoorwaarden wordt voldaan:

  • Er is een relatie tussen concentratie en effect;
  • Er is geen eenduidige relatie tussen dosering en effect;
  • Het effect is niet duidelijk meetbaar met een klinische parameter;
  • Er zijn grote interindividuele verschillen in farmacokinetiek (bijv. genetisch polymorfisme);
  • Therapeutische en toxische range liggen dicht bij elkaar.
  • Voorts worden concentraties van geneesmiddelen in het bloed gemeten om te beoordelen of een patiënt therapietrouw is of niet, bij non-respons op een in principe adequate dosering of om geneesmiddelinteracties te documenteren.

Om aan de hand van een meting van de concentratie in het bloed met eenvoudige vuistregels te kunnen bepalen of een geneesmiddel optimaal is gedoseerd, dient het geneesmiddel zich in het algemeen in de ‘steady-state’ te bevinden. Deze ‘steady-state’ wordt bereikt na 3 – 4 x de halfwaardetijd in het bloed van het betreffende geneesmiddel.

Rapportage

De uitslag wordt door de ziekenhuisapotheker geïnterpreteerd in samenhang met de indicatie, hoogte van de dosering, het doseerschema (toedieningstijden) en het moment van monsterafname e.d. Het advies (dosering, gewenst vervolgonderzoek etc.) wordt standaard vermeld in hel laboratoriumtabblad in EZIS. Bij potentieel toxische uitslagen en bij dosisadvisering van antibiotica wordt de uitslag en het advies telefonisch gerapporteerd.

Aanvragen: zie “Aanvragen bepalingen